Scheepvaartkrant 31 oktober 2025
De Algemeene Schippers Vereeniging (ASV) heeft half oktober meegedaan met een ketenoverleg tussen verschillende belanghebbenden over de laatste stand van zaken omtrent het onder ADN brengen van ex gegaste en eventueel ex gegaste ladingen. De schippersbond was niet erg te spreken over de voorstellen die gedaan zijn omtrent dit thema.
Het overleg was behalve met ASV onder andere ook met ILT, een vertegenwoordiging van graanhandelaren, KBN, de havenbedrijven van Amsterdam en Rotterdam. Uit het overleg bleken de volgende maatregelen ingesteld te worden: er moet een vrijgavemeting gedaan worden voor vertrek van het binnenvaartschip, waarbij de grenswaarde op 0,1 ppm ligt voor de lading en 0,03 ppm voor in de accommodaties. Bovendien moet er in elke ruimte waar mensen zich kunnen begeven, meetapparatuur zijn. Er komt ook een rapportageplicht aan de schipper en een meldingsplicht voor incidenten.
Deze regels zouden onder andere kunnen betekenen dat er in elke ruimte aan boord detectie-apparatuur zou moeten zijn. Een centrale meetinstallatie bestaat voor fosfine nog niet. Volgens ASV is het ook een probleem dat de waarde van 0,03 ppm heel dicht bij de technische limiet van de meetapparatuur ligt, waardoor de metingen onnauwkeurig kunnen worden. Ook de onderhoudskosten zijn hoog.
ASV
‘De schipper en zijn bemanning moeten er van uit mogen gaan dat de lading veilig is en vrij van gevaarlijke concentraties fosfine op het moment dat de lading word overgenomen’
ASV laat weten niet achter deze voorstellen te staan. De bond vindt het goed bedoeld, maar technisch, praktisch en financieel uitvoerbaar. “Het aanbrengen van detectiesystemen in alle genoemde ruimtes zou leiden tot een aanzienlijke kostenpost, complexe installatie vereisen, en zorgen voor een toename van het aantal foutieve alarmmeldingen, zonder dat dit de daadwerkelijke veiligheid proportioneel verhoogt”, zo verklaart de bond.
Ook het feit dat lang niet alle schepen een transport van deze lading vervoeren, kan problemen geven. Zo vreest ASV dat als dit voorstel goedgekeurd wordt, er speciale ligplaatsen gecreëerd moeten worden voor schepen die deze mogelijk ex gegaste ladingen vervoeren: “Immers een schip dat deze lading nooit vervoert, zal niet in deze detectie-apparatuur investeren, maar staat bij het naast elkaar in een haven of aan een ligplaats liggen wel bloot aan de zelfde mogelijke gassen die vrij kunnen komen.”
De ASV benadrukt dat het vrijgeven van de lading en het veilig laden de primaire verantwoordelijkheid is van de verlader of gassingsleider, niet van de schipper: “De schipper en zijn bemanning moeten er van uit mogen gaan dat de lading veilig is en vrij van gevaarlijke concentraties fosfine op het moment dat de lading word overgenomen. De ASV vind het daarom onacceptabel dat er voorstellen gedaan zijn waarbij de schipper verantwoordelijk zou worden gehouden voor het continu monitoren van gaswaarden in verblijven of boven de lading. De bemanning zou zich kunnen beschermen met draagbare detectors tijdens risicovolle werkzaamheden zoals het openen van luiken, laden en lossen van de lading. De ASV raad het aan om bij dit soort werkzaamheden een detector te gebruiken. Maar dit zou op generlei wijze een verplichting mogen worden.”
